18-06-09

Comité P-baas Bart Van Lijsebeth


lijsebeth_jpg_250De Antwerpse procureur des konings Bart Van Lijsebeth (53) werd in januari 2009 aangewezen tot voorzitter van het Comité P, in opvolging van André Vandooren die de centrale antiterreurdienst Ocad leidt. Het Comité P dat de politiediensten controleert, werkt in opdracht van het parlement en controleert zowel de lokale als federale politie.

Van Lijsebeth had geen ambities voor die hoge post, maar de druk uit CD&V-hoek voor een daadkrachtige leider bij het Comité P was te groot.

Bart Van Lijsebeth begon zijn carrière in 1979 als advocaat in Leuven. In juli 1982 werd hij substituut-procureur des Konings te Brussel, waar hij zich bezighield met georganiseerde misdaad, wapen- en drugstrafiek en hormonenzwendel. Hij werd vooral bekend omdat hij Patrick Haemers uit Brazilië terughaalde naar België.

In 1994 werd Van Lijsebeth administrateur-generaal van de Staatsveiligheid. In september 1999 werd hij procureur des Konings te Antwerpen. Dat mandaat werd in april 2007 verlengd.

Van Lijsebeth wordt door de parketmagistraten erg gerespecteerd. Bij zijn aantreden herstructureerde hij het parket en zorgde hij ervoor dat magistraten zich als teams specialiseerden in bepaalde materies. Hij heeft veel ervaring als magistraat in Brussel en Antwerpen, en als topman bij de Staatsveiligheid. Bart Van Lijsebeth evolueerde in Antwerpen van een open communicator naar een discrete achtergrondfiguur. Hij werkt het liefst in de schaduw.

Hij drukte zijn stempel op de Scheldestad. Zo liet hij het Falconplein opkuisen, pakte de drugsplaag in vzw’s aan en lanceerde hij controles in nacht- en belwinkels.

 

Commentaren

Operatie Rebel
6/03/2006

,,Comité P vervalste rapport over Operatie Rebel''


BRUSSEL - Het Comité P, dat namens het parlement de politiediensten controleert, wordt ervan verdacht een rapport te hebben vervalst over Operatie Rebel. Dat schrijft De Morgen maandag.

Operatie Rebel is een controversiële en mogelijk illegale screening van de Belgisch-Turkse bevolking die in de jaren negentig werd uitgevoerd door de toenmalige rijkswacht in nauwe samenwerking met de Turkse veiligheidsdiensten. De Morgen stelt dat de Antwerpse magistraat Walter De Smedt, destijds lid van het Comité P, een voor de rijkswacht zeer kritisch eindverslag schreef over de operatie. Maar dat rapport heeft het daglicht nooit gezien.

Freddy Troch, toenmalig voorzitter van het Comité P, wist te verhinderen dat het rapport van De Smedt openbaar werd gemaakt. Pas in 2001 publiceerde het Comité P een kort en nietszeggend verslag over zijn onderzoek naar Operatie Rebel, waarin de rijkswacht volledig werd witgewassen.

Vorige week kondigde de regering nog aan dat het Comité P zal worden ingeschakeld om de verdwijning te onderzoeken van de extreem-linkse Turkse militante Fehriye Erdal.
vmj (dm/belga)

Gepost door: sd | 18-06-09

Comité P: bevoegdheden 2-1398/1 2-1398/1

Belgische Senaat
ZITTING 2002-2003
17 DECEMBER 2002

--------

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 1 van de wet van 29 juli 1934 waarbij de private milities verboden worden, teneinde organisaties van private personen te verbieden die tot doel hebben de door de wet met de controle op de politiediensten belaste organen te vervangen of in hun plaats op te treden
(Ingediend door de heer René Thissen c.s.)

--------

TOELICHTING

De wet van 29 juli 1934 waarbij de private milities verboden worden, verbiedt met name de organisaties van private personen waarvan het oogmerk is geweld te gebruiken of het leger of de politie te vervangen, zich met dezer actie in te laten of in hun plaats op te treden. De wet is gebaseerd op het idee dat de rechtsstaat en de democratie in gevaar zijn wanneer de taken van het openbaar gezag, zoals de ordehandhaving, die behoren tot de opdrachten van de Staat, door organisaties van privé-personen worden uitgevoerd.

Dit voorstel heeft tot doel de werkingssfeer van de wet van 29 juli 1934 uit te breiden en hem aan te passen aan de nieuwe ontwikkelingen in de wetgeving en dan vooral aan de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten. Die wet verleent de door hem opgerichte organen (het Comité van toezicht op de politiediensten, hierna het Comité P, en zijn Dienst enquêtes) bevoegdheden en machten die nauw aansluiten bij die welke de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt verleent aan de politiediensten.

Krachtens de wet van 18 juli 1991 houdt het Comité P toezicht op de politiediensten. Dat toezicht heeft vooral betrekking op de bescherming van de rechten die de Grondwet en de wet aan de personen verlenen. Het Comité P treedt op ofwel uit eigen beweging, ofwel op verzoek van de Kamer van volksvertegenwoordigers, van de Senaat, van de bevoegde minister of van de bevoegde overheid.

Het Comité P kan kennis nemen van een klacht ingediend door een lid van de politiediensten of door een privé-persoon of, in het algemeen, door iedere persoon die rechtstreeks betrokken is geweest bij het optreden van een politiedienst. De persoon die een aangifte doet, kan anoniem blijven. De wet belast de Dienst enquêtes van het Comité met het onderzoek van klachten en aangiften, en staat er borg voor dat een onderzoek zal volgen. Wanneer een lid van de Dienst enquêtes kennis heeft van een misdaad of een wanbedrijf, moet hij daarvan proces-verbaal opmaken. Dat wordt onverwijld door het hoofd van de Dienst enquêtes bezorgd aan de procureur des Konings, de krijgsauditeur of de onderzoeksrechter, naargelang van het geval. Het hoofd van de Dienst enquêtes stelt de persoon die de klacht heeft ingediend of aangifte heeft gedaan, of de overheid waarvan het verzoek aan het Vast Comité P is uitgegaan, daarvan in kennis. Het hoofd van de Dienst enquêtes kan evenwel beslissen geen gevolg te geven aan een klacht of een aangifte die kennelijk niet gegrond is. Die beslissing wordt gemotiveerd en ter kennis gebracht van de partij die de klacht heeft ingediend of aangifte heeft gedaan.

Om hun toezicht efficiënt te kunnen uitoefenen, beschikken het Comité P en zijn Dienst enquêtes over ruime bevoegdheden, en kunnen zij bij de uitoefening daarvan het optreden van de openbare macht vorderen. Zij kunnen elke persoon van wie zij het verhoor noodzakelijk achten, uitnodigen om hem te horen. De leden van de politiediensten mogen verklaringen afleggen over feiten die worden gedekt door het beroepsgeheim. De voorzitter van het Vast Comité P kan leden van politiediensten dagvaarden door tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder en hen onder eed horen. De leden van de politiediensten zijn verplicht de geheimen waarvan zij drager zijn, aan het Vast Comité P bekend te maken, behalve indien ze betrekking hebben op een lopend opsporings- of gerechtelijk onderzoek. Het Comité en de Dienst enquêtes kunnen huiszoekingen doen, bewijsstukken in beslag nemen en proces-verbaal opmaken van hun vaststellingen.

Het Comité P wordt op de hoogte gebracht als het tot een veroordeling komt. Het Comité kan de procureur-generaal of de auditeur-generaal vragen om een kopie van de stukken of documenten of van de inlichtingen betreffende de strafrechtelijke procedures ten laste van de leden van de politiediensten voor misdaden of wanbedrijven begaan tijdens de uitoefening van hun ambt.

De taken van het Comité P en van zijn Dienst enquêtes sluiten nauw aan bij die welke de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt opdraagt aan de politiediensten. Krachtens die wet moet het optreden van de politiediensten met name gericht zijn op de bescherming van personen, het opsporen van misdaden, wanbedrijven en overtredingen en het vergaren van bewijzen daarover. Wanneer de Dienst enquêtes een opdracht van gerechtelijke politie vervult, staat hij onder toezicht van de procureur-generaal bij het Hof van Beroep of van de federale procureur. De onderzoeken worden uit eigen beweging of op vordering van de procureur des Konings of van de onderzoeksrechter uitgevoerd.

Dit voorstel strekt ertoe organisaties te verbieden van private personen die tot doel hebben de organen voor de controle op de politiediensten te vervangen of in hun plaats op te treden, zoals de wet van 29 juli 1934 organisaties verbiedt die hetzelfde willen doen met de politie. De voorgestelde wijziging van de wet van 29 juli 1934 is volledig gerechtvaardigd omdat het door de wet van 18 juli 1991 ingerichte controlemechanisme alle nodige waarborgen op het gebied van onafhankelijkheid en democratie biedt.

Het Comité P is immers samengesteld uit vijf werkende leden die allen benoemd worden door de Kamer van volksvertegenwoordigers. Op het ogenblik van hun benoeming moeten zij kunnen aantonen dat zij over een relevante ervaring beschikken van ten minste zeven jaar in het domein van het strafrecht of de criminologie, het publiek recht, of technieken inzake management, verworven in functies die bij de werking, activiteiten en organisatie van de politiediensten, inlichtingen- en veiligheidsdiensten aanleunen, en dat zij functies met een hoge graad van verantwoordelijkheid hebben uitgeoefend. Zij moeten beschikken over de nodige kwaliteiten van loyaliteit, discretie en integriteit voor de verwerking van gevoelige gegevens of houder zijn van een veiligheidsmachtiging van het niveau « zeer geheim », krachtens de wet van 11 december 1998 betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen. De leden en hun plaatsvervangers mogen geen bij verkiezing verleend openbaar mandaat uitoefenen. Zij mogen geen openbare of particuliere betrekking of activiteit uitoefenen die de onafhankelijkheid of de waardigheid van het ambt in gevaar zou kunnen brengen. Zij mogen geen lid zijn van het Vast Comité van toezicht op de inlichtingendiensten, van een politiedienst of van een inlichtingendienst. Onder de leden en hun plaatsvervangers moet zich minstens één magistraat bevinden en één persoon die de nodige ervaring heeft in wetenschappelijke of administratieve functies. De voorzitter moet een magistraat zijn.

De wet biedt fundamentele garanties op democratisch vlak omdat het opgerichte Comité P wordt opgevat als een hulpinstrument van het Parlement. Als het Comité P uit eigen beweging optreedt, moet het dan ook onmiddellijk de Kamer van volksvertegenwoordigers op de hoogte brengen; het zendt, naargelang het geval, aan de bevoegde minister of aan de bevoegde overheid, alsmede aan de Kamer van volksvertegenwoordigers ( ...) een verslag over betreffende elk onderzoek; het Comité P legt de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat jaarlijks een algemeen activiteitenverslag voor dat, indien nodig, algemene conclusies en voorstellen kan bevatten en dat de periode betreft van 1 januari tot 31 december van het voorgaande jaar; dat verslag wordt uiterlijk op 15 april overgezonden aan de voorzitters van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de Senaat, alsmede aan de bevoegde ministers; en ten slotte doet het Comité P verslag aan de Kamer van volksvertegenwoordigers en aan de Senaat wanneer die hem een onderzoek hebben opgedragen of wanneer het vaststelt dat, bij het verstrijken van een termijn die het redelijk acht, geen gevolg is gegeven aan zijn besluiten of dat de genomen maatregelen niet passend of ontoereikend zijn.

Met alle democratische waarborgen die de wet van 18 juli 1991 biedt, is het evident dat organisaties van particulieren die tot doel hebben de organen die deze wet opricht, te vervangen of in hun plaats op te treden, verboden moeten worden.

De recente gebeurtenissen hebben aangetoond dat de wet van 29 juli 1934 waarbij de private milities verboden worden, aangepast moet worden om een efficiënt instrument te zijn in de strijd tegen bewegingen, groeperingen of splintergroepen die de organen voor de controle op de politiediensten willen vervangen of in hun plaats willen optreden en zo de openbare rust en de stabiliteit van de rechtsstaat bedreigen.

Die gebeurtenissen hebben geleid tot politieke en administratieve reacties, waarvan de regelmatigheid en de relevantie met name door de rechterlijke macht in twijfel zijn getrokken. Daaruit blijkt hoezeer de modemisering van de wet van 1934 nodig is.

René THISSEN.
Georges DALLEMAGNE.
Clotilde NYSSENS.
Magdeleine WILLAME.
Michel BARBEAUX.

Gepost door: sd | 18-06-09

KLACHT MET AANSTELLING ALS BURGERLIJKE PARTIJ Aan de onderzoeksrechter bij de
Rechtbank van Eerste Aanleg
te Antwerpen
Gerechtshof- Bolivarplaats 20
2000 - Antwerpen


Weledele Onderzoeksrechter,

Geeft u met eerbied te kennen:

De Heer Saey Stefaan , Belg , geboren te Dendermonde op 8 juli 1979 , wonende te 2060 Antwerpen.

Hebbende als advocaat Meester Stephan Wagner , advocaat te Antwerpen , er kantoor houdende aan de stoopstraat 1 bus 1 te 2000 Antwerpen.

Dat tegen de Heer Saey strafklacht wegens belaging werd ingediend door de ex-vriendin van de Heer Saey , de genaamde Maria Da Costa Lopes Da Conceiçao.

Dat het gerechtelijk onderzoek inzake gevoerd wordt door de Heer Onderzoeksrechter J.L. Bogaerts (dossier nr 2006/089)

Dat de Heer Saey inzake verwijst naar zijn verklaringen afgelegd bij zijn ondervraging als inverdenkinggestelde door de Heer Onderzoeksrechter J.L. Bogaerts in datum van 20 april 2006 (bijlage 1).

Dat de Heer Saey alsdan ( en tevens bij andere verhoren in verband met deze zaak) verklaard heeft dat Mevrouw Da Costa Lopes Da Conceiçao zwanger was en dat hij het vermoeden had dat zij het kind , dat zou geboren worden , zou verkopen aan derden.

Dat bij het onderzoek naar de feiten is gebleken dat Mevrouw Da Costa Lopes Da Conceiçao blijkbaar op onrechtmatige wijze de bescherming genoot van De Heer Agent van Politie Luc Menheer , die o.m. voornoemde Mevrouw Da Costa Lopes Inlichtingen verschafte over razzia's die zouden plaatsvinden in het prostitutiemilieu waarin voornoemde Mevrouw Da Costa Lopes werkzaam was. (zie o.a. bijlage 2 : Bijlage aan PV nr AN.64.lb.040276/2006- GF dd.08/04/2006)

Dat daarenboven op het ogenblik dat hij wegens voormelde belaging van zijn vrijheid was beroofd en in afwachting dat hij voor de onderzoeksrechter zou worden geleid , het GSM-toestel van de Heer Saey werd afgenomen door de agenten van politie , doch blijkbaar alsdan tot tweemaal toe een sms-bericht werd verstuurd langs dit GSM-toestel op een ogenblik dat de Heer Saey hiervan geen gebruik kon maken. (zie bijlage 3 : administratief verhoor door de Politie Antwerpen - Interne Zaken dd. 4 mei 2006)

Dat de voormelde dienst Interne Zaken van de Lokale Politie Antwerpen aan het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten liet weten dat "mogelijk het toestel niet correct werd afgesloten en de SMS-berichten verstuurd (werden) bij de behandeling van de gesloten omslag waarin alle persoonlijke bezittingen , zoals voorgeschreven , worden bewaard" , hetgeen vanzelfsprekend onmogelijk is (zie bijlage 4 : brief dd. 7 augustus 2006).

Dat aan alle voornoemde klachten van de Heer Saey ten onrechte en merkwaardig genoeg geen verder gevolg werd gegeven en niet naar behoren werden onderzocht.

Dat daarenboven de Heer Saey bij brief dd. 31 augustus 2006 van de Heer Hoofdcommissaris Eddy Baelemans - Lokale Politie Antwerpen - Interne Zaken van het volgende ingelicht/
...
"U kreeg reeds van ons een brief waarin werd gemeld, dat het administratief onderzoek werd afgesloten zonder verder gevolg.

Ondertussen werd uw klacht behandeld in een gerechtelijk onderzoek. Het parket gaf hierin nog verdere onderzoeksopdrachten. Dit dossier is gekend onder nummer 06/182.

Wij zullende vooruitgang van dit opsporingsonderzoek verder afwachten en u verder op de hoogte houden van de initiatieven die in dit dossier nog zullen genomen worden."
...
(bijlage 5 : brief dd. 31 augustus 2006).


Aangezien echter ondertussen gebleken is dat er geen dossier gekend is onder het nummer 06/182 en dat er terzake geen gerechtelijk onderzoek in behandeling is , zodat deze brief ontegensprekelijk valse verklaringen bevat.

Aangezien de Heer Saey dan ook klacht wenst neer te leggen wegens de voormelde feiten lastens:
-Mevrouw Maria Da Costa Lopes Da Conceiçao
-De Heer Agent van Politie Luc Menheer
-De Heer Hoofdcommissaris Eddy Baelemans

Aangezien tevens de Heer Saey alle reeds in dit verband door hem neergelegde klachten bevestigt.

Aangezien de Heer Saey zich tevens aanstelt als burgerlijke partij.

OM DEZE REDENEN
BEHAGE HET U , WELEDELE ONDERZOEKSRECHTER,

Akte te verlenen aan de Heer Saey Stefaan van de klachten , hierboven omschreven , die hij inzake neerlegt.

Akte te verlenen aan de Heer Saey Stefaan van zijn aanstelling als burgerlijke partij inzake.

Dienvolgens het nodige gerechtelijk onderzoek in te stellen.


Antwerpen , 4 oktober 2006.


Voor de klager
Zijn advocaat
Stephan Wagner
handtekening

Voor bevestiging van voormelde klacht en aanstelling als burgerlijke partij op 4 oktober 2006
Saey Stefaan
handtekening.

Gepost door: S. Stefaan | 08-07-09

De wet der traagheid Soms vraag ik me af of ik een ander wetboek in huis heb.

Het comité P. heeft een klachtbevestiging gekregen van mij. Deze heb ik gedaan omdat het parket van Antwerpen niets meer wil doorsturen naar het comité P. , alhoewel het over de hoofdinspecteur van interne zaken gaat , Ronald Rijmenants, de man die eventjes een andere I.D. gaf aan Maria Da Costa Lopes , haar ook nog eens moest verhoren voor mensenhandel in samenwerking met Inspecteur Luc Menheer , maar in de plaats van dit een vriendendienst gekregen van onze pooier en kinderverkrachter Antoine van den Bogaert in de vorm van eens goede sex met Maria Da Costa Lopes.




Gepost door: S. Stefaan | 09-07-09

Verhoor Saey Stefaan Vraag: Wil specificeren om welk uur u op 19 april 2006 voor het laatst gebruik heb gemaakt van uw GSM-toestel en wat er nadien met dit toestel gebeurde?:
"Ik heb dit toestel een nokia 3210 of 3220 voor het laatst gebruikt omstreeks 18.30 uur en dit om naar mijn advocaat te bellen. Het gesprek met mijn raadsman duurde niet langer als een minuut gezien ik het antwoordapparaat aan de lijn kreeg.
Onmiddellijk daarna heb ik mijn toestel afgegeven aan de hoofdinspecteur die trouwens naast me stond bij mijn oproep naar mijn raadsman. Er was trouwens nog een andere mij onbekende politieambtenaar aanwezig. Deze man was in burgerkledij. Daarop plaatste de hoofdinspecteur dit toestel in een kastje. Op dat ogenblik was het toestel niet in enige verpakking verpakt. Het kastje was gelegen rechtover de celdeur. De hoofdinspecteur stak de sleutel van het kastje waarin mijn GSM lag in zijn zakken.
Ik werd opgesloten en had vanuit mijn cel zicht op kastje waarin mijn GSM lag. Enige tijd later werd ik uit de cel gehaald en dit omdat iknaar ik vernam 'een tweede kans kreeg'. Ik werd naar het verhoorlokaal gebracht om korte tijd nadien (nog geen minuut later) weer opgesloten te worden. Ik weet zeker dat er niemand het kastje opende waarin mijn GSM lag terwijl ik voor de eerste keer in de cel had gezeten. Toen ik de tweede maal opgesloten was werd er een deur dichtgedaan zodanig dat ik het kastje niet meer kon zien.

Vraag: Werd uw GSM-toestel door u of een derde uitgeschakeld op het ogenblik dat dit toestel u in het commissariaat aan de Handelstraat te Antwerpen werd afgenomen op 19 april 2006?:
"Ikzelf heb dit toestel toen uitgeschakeld en dit onmiddellijk nadat ik met mijn raadsman had gesproken. daar waar ik u eerst verklaarde het toestel uitgeschakeld te hebben kan ik u meedelen dat ik het toestel enkel versleutelde doch dat ik ik het niet heb uitgeschakeld. Het was dus niet nodig om de pincode in te voeren om het toestel te kunnen gebruiken men diende enkel de versleuteling uit te schakelen.

Vraag: Wat gebeurde er met uw GSM-toestel nadat u dit diende te overhandigen aan de Handelstraat op 19 april 2006?:
"Ik verwijs naar mijn antwoord op de vorige vragen.

Vraag: Kreeg u na of tijdens uw overbrenging naar het commissariaat Noord te Antwerpen opnieuw de beschikking over uw GSM-toestel, en vragen u wat u wat dat betreft kan verklaren?:
"Ik heb niks ter beschikking gekregen, ik mocht zelfs niet roken.

Vraag: Wijzen u erop dat uit documenten die deel uitmaken van ons dossier naar voor komt dat u op 19 april 2006 om 22.50 uur mogelijks opnieuw in het bezit werd gesteld,van uw GSM-toestel, en vragen u wat u wat dat betreft kan verklaren?:
"Ik zou bij God niet weten wanneer ik dit toestel op 19 april 2006 opnieuw in mijn bezit zou gekregen hebben. Dit op geen enkel moment ik ben daarover formeel. Ik kreeg evenmin kortstondig opnieuw de beschikking over mijn GSM. Dit is onmogelijk.
Aan het commissariaat Noord werden onmiddelijk na binnenkomst mijn handboeien afgenomen.

Vraag: Wanneer en door wie werd u opnieuw in het bezit gesteld van uw GSM-toestel?:
"Dit was nadat ik het lokaal van onderzoeksrechter Bogaerts verlaten had en dus op 20 april 2006 omstreeks 17.00 uur.

Vraag: Bevond uw GSM-toestel zich op het ogenblik dat het u opnieuw ter beschikking werd gesteld nog in één of andere houder en wat kan u wat dat betreft verklaren?:
"Het toestel stond af waarmee ik bedoel dat ik de pincode opnieuw diende in te voeren om het te activeren. Er had dus duidelijk iemand mijn toestel afgelegd. Het toestel zat niet afzonderlijk in één of andere verpakking doch bevond zich samen met andere mij toebehorende voorwerpen in een plasticzak.

Vraag: Lag uw GSM-toestel aan op het ogenblik dat het u opnieuw ter beschikking werd gesteld?:
"Ik verwijs naar mijn antwoord op de vorige vraag.


Verhoor onderbroken om 18.30 uur tot 18.35 uur teneinde de heer saey de kans te laten een sigaret te roken.


Vraag: Citeren u de inhoud van het vanaf het GSM-nummer 0474/.. .. .. om 23.08 uur verzonden SMS-bericht(en): 'Kan al denken wat er op me wacht in de Handelstraat bij de politie maar zal pas donderdagvond eens gaan kijken. Ondertussen: I LOVE THE FREEDOM OF SPEECH!!! het laatste nieuws, de grootste vlaamse krant' en vragen u of dit bericht op enig ogenblik door u werd getypt en zo ja wat u wat dat betreft kan verklaren?:
"Dat werd die avond niet door mij getypt, dat werd trouwens op geen enkel ogenblik door mij getypt. Ik ben formeel dat ik niet diegene ben die dat heeft gemaakt.

Vraag: U merkt op dat ik u in de loop van vandaag en dit nog voor u me de voorgaande vraag stelde, spontaan had meegedeeld dat ik een lezer ben van het Laatste Nieuws. Uit de inhoud van het bericht komt ook naar voor dat ook diegene die het schreef verwees naar het Laatste Nieuws. Daaruit komt mogelijks naar voor dat diegene die het bericht schreef wist dat ik een lezer van het Laatste Nieuws was en u vraagt mijn reactie daarop?:
"Ik heb daar geen antwoord op. Trouwens er zijn twee miljoen andere Vlamingen die deze krant lezen.

Vraag: Werd dit bericht naderhand door u teruggevonden in het geheugen van uw GSM-toestel en werd dit door u bewaard?:
"Het type GSM 3210 of 3220 was niet in staat om verzonden berichten te bewaren. Ik heb dit bericht trouwens maar éénmaal gezien en dit was op het toestel van mijn collega Maria Van Lommel.

Vraag: Vragen u gelet op de inhoud van het bericht waarin naar uw mening het element inzake schennis beroepsgeheim schuilt?:
"Het woord Handelstraat vormt voor mij een schennis beroepsgeheim alsook het woord politie dat in het bericht voorkwam.

Vraag: Vragen u gelet op de inhoud van het bericht welk belang u ziet in hoofde van enige politieambtenaar om dit bericht te verzenden?:
"Ik heb daar ook over nagedacht. Ik heb u in het begin van mijn verhoor gezegd dat Maria Da Costa Lopes of andere personen verbonden aan de Chardon poogden om mij buiten spel te zetten en dit gezien ik te veel wist van hun illegale activiteiten. Op uw vraag hoe ik dan de link maak naar het personeel aanwezig bij mijn opsluiting zeg ik u dat ik dit ook niet weet. Ik kan enkel zeggen dat de aanwezige politieambtenaren dom waren en mij mogelijks in een slecht daglicht wilden stellen.
Ik ben opgepakt op basis van het versturen van enkele SMS-berichten en dit in het kader van stalking. Ik denk dat ze mij in mijn schoenen wilden schuiven van kijk: 'hij stuurt toch nog SMS'en. Ik heb graag dat u lastige vragen stelt want dan kan ik er zelf ook uitkomen.

Vraag: Gelet op het gegeven dat er een grote kans bestond dat het verzenden van SMS-berichten vanaf uw GSM-toestel niet voor u verborgen zou blijven, komt het ons voor dat indien iemand de intentie zou gehad hebben het beroepsgeheim te schenden er daartoe andere kanalen bestonden. Vragen U wat uw reactie daarop is?:
"Ik kan enkel zeggen dat de politieambtenaar die dit deed zeer dom was.

Vraag: Vragen u of het SMS-bericht 'Kan al denken wat er op me wacht in de handelstraat bij de politie maar zal pas donderdagvond eens gaan kijken. Ondertussen: I LOVE THE FREEDOM OF SPEECH!!!het laatste nieuws,de grootste vlaamse krant' op enig ogenblik door u zelf werd verzonden?:
"Neen ik ben daarover formeel. Ik verdenk eerder de hoofdinspecteur die me verhoorde op 19 april 2006 van het bericht te hebben verstuurd als dat Luc Menheer dit zou gedaan hebben en dit gezien de hoofdinspecteur in het bezit was van het sleuteltje. Wijzen er u op dat het bericht werd verstuurd vanuit het commissariaat Noord en vragen uw reactie waarop ik u zeg dat ik tot nu niet wist dat het bericht pas was verstuurd vanuit het commissariaat Noord. Voor mij is dit de schuld van de heer procureur Theunis en dit omdat hij nog geen enkel initiatief nam om mij te laten verhoren.

Vraag: Wijzen u in het licht van hetgeen u zopas meedeelde op dat uit ons dossier naar voor komt dat u zelf gegevens inzake telefonie overhandigde aan de politie Antwerpen meer bepaald aan de dienst Intern Toezicht en dat er uit de door u overhandigde documenten duidelijk naar voor komt dat de SMS-berichten om 23.08 uur werden verstuurd op 19 april 2006 en vragen u dan ook waarom u zopas meedeelde dat u tot nu niet wist dat de berichten werden verstuurd toen u zich reeds aan het commissariaat Noord bevond.:
"Ik ben daar geen enkele keer over gehoord. Trouwens ik wist niet waar ik me bevond om 23.08 uur. Ik wist niet of ik dan niet nog in de Handelstraat was.

Vraag: In uw verklaring zoals afgelegd op datum van 8 april 2006 verklaarde u: 'In verband met Luc Menheer heb ik alles ook reeds verteld tegen mijn eigen wijkagent'. Wat kan u wat dat betreft verklaren?:
"Ik heb mijn wijkagent wiens naam ik van u verneem als Blietgen Freddy toevallig ontmoet op de hoek van de Lange beeldenkenstraat en mijn straat en dit op een datum zeker na 30 september 2005. Ik weet de juiste datum niet meer doch er werd gesproken over een verhoor dat Maria op die datum had afgelegd op het politiecommissariaat. Ik heb toen gezegd aan de heer Blietgen dat het één grote cinema was en dit omdat de feiten buiten proportie werden bekeken naar mijn persoon toe. Ik heb hem verteld dat Luc Menheer aan Maria Da Costa Lopes één dag voor de razzia in de habana had meegedeeld dat er een razzia zou komen. Het is dus één grote cinema dat omstandige verklaringen diende af te leggen als gevolg aan de klachten van Maria terwijl een politieambtenaar lustig verder zijn beroepsgeheim schond. Ik gaf kennis aan de wijkagent dat de kans bestond dat ik het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten zou inlichten. De wijk agent vroeg me toen of hij de informatie die ik hem gaf met Menheer mocht bespreken waarop ik zei: 'ge doet ermee wat ge wilt'.
Begin augustus 2006 gaf ik lezing aan Freddy Blietgen van een brief die ik opstuurde naar de gerechtelijke overheden en waarin sprake was van de disfuncties in hoofd van inspecteur Menheer.

Vraag: U wijst er mij op dat ik reeds in mijn klacht dd. 8 april 2006 heb meegedeeld dat ik alles met betrekking tot inspecteur Menheer reeds aan de wijkagent had meegedeeld en u vraagt me wat dus de relevantie is van het laatste deel van mijn antwoord op uw vorige vraag waar ik verwees naar begin augustus 2006.:
"Ik wou gewoon alles opnoemen wat ik aan de wijkagent heb gezegd.

Vraag: Heeft u hieromtrent verder nog iets te verklaren?:
"neen.

Vraag: Stellen vast in het dossier dat een derde reden tot uw klacht met burgerlijke partijstelling eruit bestaat dat er sprake zou zijn van valsheid in hoofde van de korpschef van de PZ Antwerpen, namelijk de heer Baelemans Eddy. Vragen u wat u ons dat betreft spontaan kan verklaren?:
"Ik werd opgebeld in , ik meen augustus 2006, door de heer Marc Peenen verbonden aan de dienst Intern Toezicht die me meedeelde dat ik enige tijd diende af te wachten, dat het dossier door het parket opnieuw geopend werd en dat er onderzoeksdaden werden gevraagd. Ik kreeg een schrijven dd. 31 augustus 2006 van de heer Baelemans waaruit bleek dat het gevoerde administratief onderzoek zonder gevolg werd afgesloten. Het is namelijk zo dat ik op 2 april 2006 een klacht heb ingediend bij het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten, dit per fax. Ik had reeds in maart een mailbericht in die zin gericht aan het Vast Comité van Toezicht op de Politiediensten waarop ik een bevestiging had ontvangen. Enige tijd later, in mei 2006 werd me een administratief verhoor afgenomen bij de dienst Intern Toezicht van de PZ Antwerpen. In dit verhoor bracht ik nogmaals de feiten in hoofde van Menheer Luc alsook het verzenden van de SMS'en ter kennis. U wijst er mij op dat het kan dat het Vast Comité van Toezicht op de Politiediensten de bevoegdheid tot het afhandelen van een klacht kan overdragen aan een lokale politiezone waarna ik u meedeel dat het dan mogelijk is dat ik via de dienst Intern Toezicht werd verhoord in opdracht van het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten, ik ben daar echter zeker niet van overtuigd gezien ik enkel kan voortgaan op hetgeen u me in dat verband meedeelde. Trouwens ik kan het resultaat van het onderzoek dat me meegedeeld werd door het Vast Comité van Toezicht op de politiediensten helemaal niet onderschrijven.
Uit de brief van 31 augustus 2006 kwam verder ook naar voor dat mijn klacht werd behandeld in een gerechtelijk onderzoek waarin het parket verdere onderzoeksopdrachten had gegeven en dit onder het dossiernummer 06/182. Ik kan u stellen dat er helemaal geen dossier onder het nummer 06/182 gekend was en dat er toen evenmin een gerechtelijk onderzoek in behandeling was zodat de brief niet klopt met de waarheid. Uit de brief komt naar voor dat er nog verdere onderzoekshandelingen werden bevolen in het kader van dit gerechtelijk onderzoek en dit terwijl er geen gerechtelijk onderzoek lopende was.

Vraag: Op uw vraag of dit nu juist de valsheid in geschrifte inhoud of dat ik nog over andere elementen beschik waaruit ik de valsheid kan besluiten, kan ik antwoorden dat:
"Ik beschik over geen verdere elementen. Ik kan enkel hopen dat er niet nog meer is.

Vraag: U wijst er mij op dat in de derde paragraaf van het schrijven dat ik ontving vanwege de heer Baelemans wel degelijk sprake is van een opsporingsonderzoek en u vraagt mijn reactie.:
"De heer Baelemans spreekt over twee zaken, enerzijds een gerechtelijk onderzoek en anderzijds een opsporingsonderzoek. Dat er een opsporingsonderzoek aan de gang was wist ik zelf ook wel.

Vraag: Waaruit besluit u dat er geen gerechtelijk onderzoek lopende was en dat er evenmin een dossier onder het nummer 06/182 bestond?:
"Ik heb dit nagetrokken op een maandag ergens in september 2006, dit zal op 4 september 2006 geweest zijn, bij onderzoeksrechter Bogaerts die me mondeling bevestigde dat de informatie zoals opgenomen in het schrijven dd. 31 augustus vanwege de heer Baelemans onjuist was. Ik heb het schrijven met referte LP/HC-IZ/06/221 vertoond aan de heer onderzoeksrechter Bogaerts die vervolgens onmiddellijk meedeelde dat de daarin opgenomen informatie onjuist was. Hij deelde me mee dat men op 4 september 2006 pas aan het nummer ongeveer 170 toe was zodat het nummer 182 helemaal niet kon. Ik vernam verder dat er afgezien van het door hem gevoerde gerechtelijk onderzoek inzake belaging in mijn hoofde geen ander gerechtelijk onderzoek lopende was waarbij ik betrokken was. Hij gaf me de raad om hetgeen hij me had meegedeeld in verband met het nummer 182 nog even verder na te trekken bij de griffie omdat het een brief was van een hooggeplaatst persoon en omdat het steeds mogelijk was dat de heer Bogaerts zichzelf ook wel eens kon vergissen. Ik kan u nog meedelen dat de heer Bogaerts de nodige opzoekingen uitvoerde op zijn computer. Bij het vierde bureel, waar de griffie zich bevond werd mij de mening van onderzoeksrechter Bogaerts bevestigd. Daar werd me meegedeeld dat het dossier 182 niet bestond. Ik kon evenwel daarover geen schriftelijke bevestiging krijgen gezien het niet mogelijk was een schriftelijke bevestiging te krijgen ven een niet bestaand dossier. ook in de griffie werden de nodige opzoekingen op de computer uitgevoerd.
Ik weet via een kennis die bij een bepaald dossier betrokken is dat de stand van zaken op datum van 16 september 2006 was dat men toen aan het gerechtelijk dossier 159 zat.

Vraag: Daar waar u meedeelde dat zelfs een onderzoeksrechter meedeelde dat ook hij zich kon vergissen vragen wij u waarom u weigert te geloven aan een vergissing in hoofde van de heer Baelemans of zijn diensten en u verwijst naar valsheid?:
"De onderzoeksrechter heeft zich niet vergist daaruit komt dus naar voor dat de korpschef zich evenmin zal vergist hebben. Trouwens er staan te veel vergissingen in de brief van de heer Baelemans om daaraan te kunnen geloven.

Vraag: Welke is naar uw mening de motivatie in hoofde van de korpschef om valsheid in geschrifte te plegen in deze?:
"Ik heb dit opgezocht. Is het mijn fout dat hij korpschef is? Neen maar hij heeft dat wel gedaan. Ik weet niet wat zijn motivatie daartoe al dan niet zou kunnen zijn. Ik heb wel een denkpiste in dit verband waarvan ik trouwens ook vrij zeker ben. De korpschef is politiek aangesteld en hij kan het zich niet verooloven om een scheve schaats te rijden.

Vraag: Wanneer u me vraagt of ik het nummer ken van het dossier dat door onderzoeksrechter Bogaerts werd gevoerd inzake de stalking waarbij ik was betrokken deel ik u mee dat:
"Dit betrof het dossier 06/89.

Vraag: Heeft u hieromtrent verder nog iets te verklaren?:
"Voorlopig nog niet, ik heb wel iets in mijn gedachten dat ik nog voor mezelf wens te houden in de huidige stand van zaken.

Vraag: Een laatste reden tot uw klacht met burgerlijke partijstelling is het gegeven dat u de mening toegedaan bent dat er aan door u ingediende klachten geen verder gevolg werd gegeven of niet naar behoren werden onderzocht, wat kan u wat dat betreft spontaan verklaren?:
"Dit is zeer duidelijk en ik zal u een klein voorbeeld geven. Zo bijvoorbeeld vroeg ik in de maand juni 2006 een onderhoud met de heer Theunis, parketmagistraat te Antwerpen. Drie weken later bleek mijn dossier geseponeerd. Er kan dus gesteld worden dat de nodige onderzoekshandelingen niet werden gesteld. Op de koop toe is de heer Theunis erin geslaagd om fout op fout op te stapelen.
Ik kan u met betrekking tot Mevrouw Van Hecke, eveneens parketmagistraat te Antwerpen het volgende zeggen. Ik heb bij die mevrouw een klacht ingediend waaraan ook geen verder gevolg werd gegeven. Mijn klacht met burgerlijke partijstelling was echter gericht aan het adres van de politiediensten te Antwerpen.

Vraag: Brengen u ter kennis dat wij op basis van het ons overgemaakte dossier vaststellen dat er als gevolg van de door u ingediende klacht dd. 8 april 2006 een opsporingsonderzoek werd gevoerd waarbij diverse navolgende processen-verbaal werden opgemaakt houdende diverse onderzoekshandelingen en vragen u wat uw reactie daarop betreft?:
"Het dossier in behandeling bij de heer Theunis was reeds met zekerheid geseponeerd op 17 juli 2006 met als reden: 'geen bezwarende elementen' aanwezig. Het is pas na mijn tussenkomst en het dreigen met dagvaarding dat het dossier opnieuw geopend werd. Ik had toen ook reeds een klacht neergelegd bij het ambt van de Procureur-Generaal.
De politie voerde geen goed onderzoek hoe kan het anders dat uit het administratief onderzoek zoals gevoerd door de PZ Antwerpen naar voor kwam dat het een envelop was die mij een bericht stuurde.
Over wat ik de politie verwijt hebben we de eerste vier uur van mijn verhoor gesproken.
Er werd me door de politie herhaaldelijk geweigerd om klacht neer te leggen waardoor mijn advocaat tot bij mevrouw Van Hecke ging. Tot tweemaal toe weigerde inspecteur Cleymans Rudi die zich aan het onthaal bevond in de Handelstraat om mijn klachten te noteren als zou Maria Da Costa Lopes zwanger geweest zijn.

Vraag: Heeft u hieromtrent verder nog iets te verklaren?:
"Ik ben aan het wachten op de eerste onderzoeksdaad die zal bevolen worden door de heer Theunis want er is nog niks gebeurd.

Vraag: Heeft u verder nog iets te verklaren?:
"Neen enkel dat de heer Menheer steeds aanwezig was bij het afleggen van de verklaringen van Da Costa Lopes Maria althans wanneer hij bij die gelegenheden met dienst was.

Vraag: Heeft u opmerkingen omtrent de manier waarop huidig verhoor verlopen is?:
"Het zou altijd zo moeten zijn.



U stelt mij in kennis van het feit dat ik kosteloos een kopie van het proces-verbaal van mijn verhoor kan krijgen.
Ik wens in het bezit gesteld te worden van een dergelijk kopie. Ik ontvang hierbij een kopie.
Mijn verhoor eindigt om 21.25 uur.
Na (voor)lezing van mijn verhoor wens ik niet dat mijn verklaringen gewijzigd of aangevuld worden.
Ik wens mijn verklaring te wijzigen in de volgende zin:..........Nihil
Ik wens het volgende toe te voegen:..........Nihil
Ik bevestig en teken mijn verhoor.

Handtekening


Proces-verbaal afgesloten op woensdag 8 november 2006 om 21.30 uur.

Waarvan akte.

Handtekening



handtekening

Gepost door: stefaan | 30-07-09

Verhoor Saey Stefaan Vraag: Hoelang duurde het gesprek tussen Da Costa Lopes Maria en de uitbaatster van Habana?:
"Vijf tot tien minuten.

Vraag: In welke taal greep het gesprek tussen Da Costa Lopes Maria en de uitbaatster van de Habana plaats?:
"In de Spaanse taal. Ik begreep goed wat Da Costa Lopes Maria zei.

Vraag: Waar bevond u zich terwijl dit gesprek gaande was en was u getuige van hetgeen door Da Costa Lopes Maria daarbij werd gezegd - zo ja wil dit zo gedetailleerd mogelijk weergeven?:
"Ik stond naast Maria in de leefruimte en hoorde dus alles wat werd gezegd. Ze zei dat Luc Menheer haar had gebeld en dat er problemen, een razzia op komst was. Aurora moet daarop gereageerd hebben door te zeggen dat dit de schuld van Maria was.
Ik weet dat Maria meedeelde dat de razzia mogelijks in het komende weekeinde zou plaatsgrijpen. Het is door het gegeven dat Maria zo goed de datum kende dat ze dit enkel kon weten omdat ze zou geklikt hebben naar de drugshandel die in haar zaak gebeurde, Aurora maakte toen de link naar de frequente aanwezigheid van Luc Menheer in haar zaak.
Wanneer u mij er op wijst dat dit slechts bezwaarlijk inhoud kan geven aan een gesprek met een duur van vijf tot tien minuten kan ik u meedelen dat er vervolgens werd gesproken over voodoo en over geleend geld dat Aurora nog moest teruggeven aan Maria.
Ik weet zeker dat Aurora de mening was toegedaan dat Maria bij de politie had geklikt en dit via Luc Menheer, haar vriend.

Vraag: Wil zo gedetailleerd mogelijk weergeven wat u naderhand vernam van Da Costa Lopes Maria omtrent de inhoud van het door haar gevoerde telefoongesprek?:
"Ik deelde mee aan Maria dat ze zich hetgeen ze had gehoord niet mocht aantrekken. Ze was kwaad op Aurora en zou haar een geschenk dat ze voor haar in petto had niet langer geven (dit betrof een houten voodoobeeld). Ik weet niet meer juist wat er werd gezegd doch in ieder geval vernam ik dat Aurora de mening toegedaan was dat het een doorgestoken kaart was. Op uw vraag of ik iets vernam omtrent hetgeen dat Aurora al dan niet zou ondernemen in het kader van de haar aangereikte informatie kan ik u meedelen dat men in dat milieu leert zwijgen. veel maatregelen kon ze trouwens gelet op het cliënteel van haar zaak niet nemen. Wanneer Aurora bijvoorbeeld zou gezegd hebben aan bepaalde klanten (dealers) dat ze die dag niet welkom waren zouden ze dit niet geapprecieerd hebben.

Vraag: Wie was er naast u nog getuige van het gesprek dat Da Costa Lopes Maria had met de heer Menheer en mevrouw Aurora?:
"Niemand want we waren alleen thuis.

Vraag: Deelde da costa Lopes Maria de informatie die ze ontving van de heer Menheer nog aan andere personen mee buiten uzelf en de uitbaatster van de herberg Habana?:
"Ik ga ervan uit dat Maria Da Costa Lopes dit wel aan haar vriendin Madeline, uitbaatster van de Chardon, zal gezegd hebben doch ik heb dit echter niet expliciet van iemand vernomen. Toen ik me in de eerste of de tweede week na de razzia in de Chardon bevond sprak Madeline me trouwens aan in dit verband waarbij ze vroeg of ik het ook had gelezen in de krant in verband met de razzia. Ik vond dit verdacht gezien ik weet dat ze geen kranten in de Nederlandse taal kon lezen en ik dus enkel kan vermoeden dat Maria haar informatie in die zin zou hebben meegedeeld. Het is echter evengoed mogelijk dat er iemand anders was die haar aandacht daarop trok. Ik kan u trouwens verklaren dat Madeline, de uitbaatster van de Chardon en Aurora de uitbaatster van de Habana zeker geen vriendinnen waren en ik ben de mening toegedaan dat indien Madeline zou kunnen verklaren Aurora voorafgaandelijk op de hoogte was van een razzia ze dit ook niet zal laten.


Verhoor onderbroken om 15.50 uur tot 15.55 uur op vraag van de heer Saey teneinde hem de gelegenheid te geven een sigaret te roken.


Vraag: Sprak u op een later tijdstip de heer Luc Menheer of de uitbaatster van de Habana aan in verband met deze gesprekken, de schennis beroepsgeheim in hoofde van de heer Menheer? Zo ja verhaal, zo neen waarom niet?:
"Aurora heb ik daaromtrent niet aangesproken en dit gezien we na de oproep houdende de schennis beroepsgeheim van de heer Menheer, niet langer welkomwaren in de Habana. Ik heb Aurora later nog wel eens gezien doch toen is dit onderwerp niet ter sprake gekomen en dit gezien ik Aurora wou spreken aangaande de zwangerschap van Maria.
Ik heb Luc Menheer tot tweemaal toe gewezen op het feit dat hij zijn beroepsgeheim geschonden had. De eerste keer was dit na de minnelijke schikking op 24 januari 2006. Toen begaf ik me bij hem aan de Handelstraat om hem erop te wijzen dat hij diende op te houden met informatie door te geven en zich te moeien in de zaak en dit gezien hij in mijn ogen betrokken partij was. Ik heb hem toen in aanwezigheid van collega's van hem lezing gegeven van een brief zoals door mij opgesteld. In die brief was opgenomen dat Luc Menheer telefonisch informatie in verband met een razzia had prijs gegeven aan Maria. Toen ik dit had voorgelezen reageerde Luc Menheer door te stellen dat 'het telefoongesprek niet echt een tip was doch dat dit een vermoeden was dat er een razzia zal plaatsgrijpen'. Hij deelde toen ook mee dat hij zelfs het GSM-nummer van Maria uit zijn GSM-toestel had gehaald waarop ik hem zei dat dit hem niet zou helpen want dat er zowieso kon nagegaan worden of hij al dan niet had gebeld. Wanneer ik zeg in aanwezigheid van collega's dan bedoel ik daarmee dat er in een grote verhoorruimte diverse collega's aanwezig waren. Ik heb geen enkel element die echter toelaat om te stellen dat deze mensen dat ook zouden hebben gehoord.
Wanneer de tweede keer was dat ik Menheer confronteerde met het gegeven dat hij zijn beroepsgeheim schond weet ik niet meer doch kan ik u wel zeggen dat er op 7 april 2006 een verslag werd opgesteld door de inspecteur Menheer waarin hij verklaarde dat ik op 24 januari en op 4 april 2006 ten burele was gekomen om hem telkens mee te delen dat ik klacht zou neerleggen bij het vast comité van Toezicht op de Politiediensten. Ik kan dus stellen dat ik op 4 april 2006 iets gaan zeggen ben aan Menheer, dit opnieuw in de Handelstraat. Toen deelde hij me mee dat hij wist dat ik naar Engeland naar de familie van Da Costa Lopes Maria was geweets. Wanneer u me nu vraagt waar nu juist de tweede confrontatie die ik deed van de heer Menheer met zijn schennis beroepsgeheim in schuilt dien ik u mee te delen dat ik dit zou moeten opzoeken. Indien ik daaromtrent informatie kan vinden dan zal ik u die doormailen.

Vraag: Bent u ervan op de hoogte of de razzia waarvan sprake ook werkelijk plaatsgreep en wat kan u wat dat betreft verklaren?:
"Ja de razzia greep effectief plaats de dag na de oproep van Menheer aan Da Costa Lopes. Er werden diverse herbergen gecontroleerd en er werden aanhoudingen uitgevoerd. Dit stond trouwens in de krant naar ik meen.

Vraag: Wat was het resultaat van deze razzia?:
"Er werden diverse personen opgepakt. Op uw vraag of er ook personen werden opgepakt in de Habana kan ik u meedelen dat dit positief is. Ik weet dit heel zeker. Er werden wel een tiental mensen opgepakt en dit naar mijn mening wegens drugshandel en verboden wapenbezit, ik meen dat er ook illegalen werden opgepakt. Ik weet dit omdat ik zeer veel mensen ken in het prostitutiemilieu en het nachtleven, ook personen die daar toen aanwezig waren. Een verder resultaat was dat er zoals gezegd ruzie ontstond tussen Maria en Aurora.

Vraag: Delen u mee dat het ons niet duidelijk is dat de oproep van Da Costa Lopes Maria aan de uitbaatster van de Habana van aard zou geweest zijn de relatie tussen deze twee personen te verstoren en vragen u of u ons duiding terzake kan geven?:
"Ik denk dat u best eens praat met Aurora. Ze spreekt echter zeer gebrekkig Nederlands. Ze zal echter weigerachtig zijn en beweren dat ze Menheer niet kent. Het antwoord op uw vraag heeft ook te maken met het gegeven dat de vriend van Aurora die een albanees is zeker geen goede vriend is van Maria. Deze laatste was handtastelijk geweest naar Maria toe wat de relatie tussen Maria en Aurora reeds verstoorde. Wanneer Aurora nu ook nog een telefoon kreeg in die zin dat er een dreiging van de politie kwam dan zal dit de relatie verder hebben verziekt. Zeker daar waar Aurora geloofde dat Maria aan de basis zou hebben gelegen daarvan.

Vraag: Daar waar u ons verklaarde dat er bij de razzia een aantal personen werden opgepakt wijzen wij u op uw verklaring daar waar u verklaarde dat de uitbaatster immers voorafgaandelijk van de inval was ingelicht en dus in de mogelijkheid was schikkingen te treffen teneinde dit te vermijden en vragen u wat uw reactie terzake betreft?:
"Ik weet niet of ze al dan niet schikkingen nam in dirt verband. Ik begrijp uw standpunt doch al hangt men daar een bord met 'geen drugs' dan zal het gelet op het cliënteel aldaar onbegonnen werk zijn om ook maar enige maatregel te nemen.

Vraag: Zijn er u nog andere gevallen gekend waarbij aan Da Costa Lopes Maria informatie zou meegedeeld zijn door de politie terwijl dit informatie betrof die onder het beroepsgeheim viel en zo ja wat kan u wat dat betreft verklaren?:
"Ja ik heb er weet van dat Luc Menheer informatie gaf aan Maria Da Costa Lopes. Dit met betrekking tot personen die in de Habana frequenteerden. Zo gaf hij informatie met betrekking tot het gerechtelijk verleden van bepaalde personen. Ik ken hun namen niet doch er is daartussen nog één man die ik nog zie in de uitgang. Evenwel ken ik zijn naam niet doch ik zal dit voor u proberen nagaan en u ook overmaken per mailbericht. Ik weet niet of die persoon er zelf wel van op de hoogte is dat Menheer informatie over hem gaf aan Maria. Op uw vraag waarom Maria Da Costa Lopes die informatie dan wel zou gewild hebben dien ik u het antwoord schuldig te blijven. Ik herinner me nog goed dat Maria Da Costa Lopes me op een bepaalde ogenblikken, dus herhaaldelijk meedeelde dat ze informatie over het gerechtelijk verleden van bepaalde andere klanten uit de Habana had gekregen van Menheer. Dit was in de periode gelegen tussen januari en einde maart 2005. Ik ben echter nooit rechtstreeks getuige geweest van het gegeven dat Luc Menheer haar terzake informatie gaf, het was dus steeds Maria die me dit meedeelde, dit een vier tot vijfmaal. Ik dien u echter ook te zeggen dat Maria graag stoer deed doch evengoed geloof ik dat ze toen de waarheid sprak. Ik weet dat Maria er soms plezier in vond om zich in de Habana tegenover klanten uit te geven als een politieambtenaar, het is in dit kader dat ze ook informatie kon gebruiken die Menheer over bepaalde personen ter beschikking stelde.
Trouwens ook Aurora is op de hoogte van het gegeven dat Luc Menheer bepaalde informatie die onder het beroepsgeheim viel, en betrekking had op klanten van haar zaak, gaf aan Maria. Ik weet dat Aurora daarvan op de hoogte was. Wanneer u me vraagt hoe ik weet dat Aurora daarvan op de hoogte was dan dien ik daarover na te denken en zal ik u een eventueel antwoord op die vraag per mail overmaken.


Om 17.00 uur werd aan de heer Saey Stefaan voorgesteld om het verhoor eventueel te onderbreken en op een latere datum verder te zetten. Evenwel verkoos de heer Saey om het verhoor verder te zetten.


Vraag: U wijst er mij op dat uit het dossier naar voor komt dat ik ter gelegenheid van een eerder verhoor meedeelde over geen concrete informatie te beschikken aangaande de schennis beroepsgeheim in hoofde van Menheer Luc terwijl ik u nu wel concrete verdere informatie gaf in dat verband. Informatie die niet enkel betrekking had op de razzia in maart 2005 en u vraagt mijn reactie?:
"Dit is te wijten aan het gegeven dat ik in het kader van mijn navraag naar het al dan niet zwanger zijn van Maria met veel mensen sprak en dat er stukje per stukje een puzzelstukje bij kwam. Ik zal hier ook eens over nadenken.

Vraag: U wijst er mij op dat ik u zopas verklaarde dat Luc Menheer informatie over andere personen had meegedeeld aan derden en dat ik daar weet van had via Maria en dit terwijl ik u nu zopas verklaarde dat dit pas aan het licht kwam door mijn zoektocht naar het al dan niet zwanger zijn en u vraagt mijn reactie:
"Volgens mij zijn deze elementen niet in strijd met elkaar. Ik blijf bij mijn standpunt. Ik had niet verwacht dat uw vragen zo diepgaand zouden zijn en dit overvalt me een beetje.
Ik ben wel blij dat ik de gelegenheid krijg om uiteindelijk eens grondig mijn verhaal te doen.

Vraag: Kan u ons informatie verschaffen op het gebied van de motieven in hoofde van de heer Menheer om zijn beroepsgeheim te schenden?:
"Neen want ik stel me diezelfde vraag.

Vraag: Daar waar u ons verklaarde dat de heer Menheer Luc mevrouw Da Costa Lopes Maria regelmatig kwam opzoeken in herberg Habana vragen u wat de frequentie van die contacten was en of u daar op enig ogenblik getuige van was?:
"Toen ik op 24 januari 2006 aan Luc Menheer meedeelde dat ik hem tot dan toe niet kende reageerde hij door te stellen dat hij mij reeds herhaaldelijk had gezien in de Habana. Ik had hem dus zonder hem te kennen reeds herhaaldelijk gezien. Na 24 januari 2006 ben ik niet veel meer naar de Habana geweest en heb ik hem niet meer gezien. Ik heb Luc Menheer dus nooit in de Habana gezien terwijl ik me daar bewust van was. Ik ging daar trouwens enkel op woensdag.

Vraag: Daar waar u verklaarde dat in de periode van uw relatie met Da Costa Lopes Maria ze regelmatig sprak over de heer Menheer vragen wij u wat u ons kan verhalen omtrent de frequentie en inhoud van deze gesprekken?:
"Zoals ik u reeds verklaarde kwam hij wekelijks en soms meerdere malen per week ter sprake. Ze vertelde me hoe ze Luc Menheer had leren kennen. Dit was gezien hij kwam eten in een restaurant waar zij werkte. Hij was ook nog haar wijkagent geweest. Ze sprak steeds lovend over hem. ze zei ook dat ze hem nu en dan om raad vroeg zo bijvoorbeeld in het kader van haar verblijfsvergunning. Ze liep nogal hoog met hem op doch ik zou niet durven zeggen dat ze iets voor hem voelde.
Toen onze relatie afgelopen was deelde ze me op een bepaald ogenblik eens mee dat Luc Menheer haar had uitgenodigd om bij hem te komen wonen gezien hij respect had voor haar. Ik weet echter niet wat de geloofwaardigheid van die bewering is. Dit verhaal werd verteld in de ruzie tussen mij en Maria.

Vraag: Daar waar u ons verklaarde dat er tussen de heer Menheer Luc en mevrouw Da Costa Lopes Maria regelmatig telefonische contacten waren vragen we u wat de frequentie van die contacten was, via welke oproepnummers deze liepen en op wiens initiatief deze plaatsgrepen?:
"Er was telefonisch contact op regelmatige basis, concreet dient u dit te zien als meer in het weekeinde, nooit op mijn vrije dagen (zijnde woensdagnacht en donderdagnacht). De frequentie ervan was wekelijks. Het was volgens mij steeds Maria die belde en dit dikwijls op vraag van Aurora. Aurora kreeg het telefoonnummer van Menheer immers niet. Zo herinner ik me dat Aurora op een bepaald ogenblik tips wou hebben om de drugsoverlast te verminderen. Ook in verband met moeilijkheden, vechtpartijen met klanten vroeg Aurora om naar Menheer te bellen. Hij kwam dan regelmatig ter plaatse, althans volgens ik vernam van Maria. Wanneer u me vraagt waarom er dan niet naar de 101 of de hulpdiensten werd gebeld kan ik u zeggen dat dit mogelijks was om de vuile was binnenshuis te houden. Ik ben zelf evenwel nooit getuige geweest van het ter plaatse komen van Luc Menheer als gevolg aan een dergelijke oproep.
Ter gelegenheid van de oproepen naar Menheer werd steeds gebruik gemaakt van het Gsm-toestel van Maria en dit vanaf het nummer zoals ik reeds aangaf. Ik heb geen weet van een ander GSM-nummer dat Maria tijdens onze relatie zou hebben gebruikt.

Vraag: Daar waar u ons enerzijds verklaarde dat Luc Menheer en Da Costa Lopes Maria al jarenlang bevriend waren en anderzijds dat u de heer Menheer Luc Voor het eerst zag op 30 december 2005 terwijl u ons meedeelde dat uw relatie met Da Costa Lopes een aanvang nam in de periode te situeren omstreeks eind december 2004 vragen wij u wat er volgens u de reden toe was dat u de heer Menheer nog niet eerder had ontmoet?:
"Daar waar ik u verklaarde dat ik op 24 januari 2006 aan de heer Menheer meedeelde dat ik hem voordien niet kende en anderzijds reeds verklaarde dat ik Luc Menheer voor het eerst zag op 30 december 2005 kan ik u in dit verband meedelen dat deze verklaringen niet strijdig zijn en dit omdat ik hem op 30 december onvoldoende had gezien. Trouwens mocht ik u morgen op straat opnieuw ontmoeten dan zou ik u ook niet herkennen, ik heb daar een zeer slecht geheugen voor. Ik heb hem op 30 december wel voor het eerst gezien doch ik heb hem pas gesproken voor het eerst op 24 januari 2006.
Waarom ik Luc Menheer nog niet eerder hed ontmoet weet ik zelf niet echt. Dit was gewoon niet aan de orde. Het is ook zo dat ik slechts twee vrij dagen in de week heb en anders veelal slaap.

Vraag: Waarom bracht u de feiten inzake schennis beroepsgeheim in verband met de razzia in de herberg Habana pas ter kennis aan de gerechtelijke overheden op datum van 8 april 2006 ter gelegenheid van uw klacht zoals geformuleerd bij de politiezone Antwerpen, terwijl u ons verklaarde van reeds sedert maart 2005 van deze feiten op de hoogte geweest te zijn?:
"Dit is heel simpel. Zolang hij mij maar niet lastig viel verzweeg ik dit. Ik kreeg pas de indruk dat hij zich aan het moeien was op 30 december 2005. Ik wou ook niet eerder in het potje roeren gezien ik daar niks mee te winnen had. Ik wens nu ten allen prijzen echter te weten of ze al dan niet zwanger was, met de rest heb ik niks te winnen. Mijn klacht op 8 april 2006 is een onderdeel van mijn betrachting om te weten te komen of ze al dan niet zwanger was, doch was niet de hoofdzaak.

Vraag: heeft u hieromtrent verder nog iets te verklaren?:
"Neen want ik dien eerst na te denken over wat ik niet onmiddelijk wist.

Vraag: Stellen vast in het dossier dat een tweede grond tot uw klacht tot uw klacht met burgerlijke partijstelling het gegeven betreft dat er toen u op 19 april 2006 van uw vrijheid was beroofd vanaf uw GSM-toestel berichten werden verzonden en dit op een ogenblik dat u zelf geen beschikking had over uw GSM-toestel. Wat kan u wat dat betreft spontaan verklaren?:
"Ik was daar zelf van geschrokken toen ik dit zag. Ik verwijs u naar hetgeen ik daarover reeds aan de gerechtelijke overheden verklaarde.

Vraag: Wat is naar uw mening de eventuele rol van de heer Menheer Luc bij het versturen van deze SMS-berichten?:
"Hij heeft zeker niet op de toetsen gedrukt om dit bericht te versturen en voor de rest laat ik alles open. Ik zeg u dat hij niet diegene was die het bericht verzond en dit gezien hij niet aanwezig was op 19 april 2006. Ik kan u natuurlijk niks verklaren omtrent het al dan niet aanwezig zijn van de heer Menheer die avond na het ogenblik van mijn opsluiting.
Wanneer ik u meedeel dat ik alles open laat dan bedoel ik daarmee dat dit bevestigt dat er opnieuw een poging was om vertrouwelijke informatie door te zenden. In dit bericht waren de woorden politie en Handelstraat opgenomen wat dus naar mijn mening vertrouwelijk is en dit gezien het niemand aangaat dat ik daar was.
Ik ben wel van mening dat de heer Menheer er niet was doch het was weer zoals de heer Menheer steeds deed het doorgeven van vertrouwelijke informatie.

Gepost door: stefaan | 30-07-09

Verhoor Saey Stefaan Vraag: Wil in detail weergeven wat de motieven zijn die aan de basis liggen van de door u gedane klacht met Burgerlijke partijstelling:
"Ik kan u wat dat betreft meedelen dat er daartoe vier gronden zijn. Mijn klacht is ten eerste gericht aan het adres van een politieambtenaar van de politiezone Antwerpen, dit is de genaamde Menheer Luc en dit wegens schending beroepsgeheim. Ten tweede ontving een kennis van mij op een ogenblik dat ik van mijn vrijheid was beroofd een GSM-bericht dat vanaf mijn GSM-toestel werd verzonden en dit terwijl ik gelet op het gegeven dat ik was aangehouden geen beschikking had over dit toestel. Gezien dit toestel toen in handen was van de Antwerpse politie valt het niet uit te sluiten dat de genaamde Menheer Luc ook daar iets mee te maken had. Evenwel heb ik hem niet gezien aan de Handelstraat die avond doch niettemin blijf ik ervan overtuigd dat hij mogelijks de hand had in het verzenden van dit bericht. Ten derde is deze klacht gericht aan het adres van de verantwoordelijke voor de Antwerpse politie , met name hoofdcommissaris Baelemans Eddy en dit gezien hij valse verklaringen op papier heeft gezet. Ten slotte kan ik als laatste punt aanhalen dat er geen gevolg werd gegeven aan door mij ingediende klachten , ook deze klachten werden bij de politie van Antwerpen ingediend.
Ik heb trouwens inzage gekregen in het gerechtelijk dossier gevoerd door de heer onderzoeksrechter Bogaerts te Antwerpen. Ik kan meedelen dat dit een aanvullend dossier betreft dat niks te maken heeft met de politie.

Vraag: Wil ons de in uw bezit zijnde informatie inzake deze vier onderwerpen, punctueel en zo gedetailleerd mogelijk meedelen:
"Daarbij is het belangrijk dat ik u eerst de context probeer te schetsen waarbinnen deze feiten plaatsgrepen.
Na een periode die te situeren valt in 2003 gekenmerkt door tal van moeilijkheden in mijn persoonlijk en relationeel leven kwam ik vanuit het Brusselse terecht in het Antwerpse , dit in december 2004. Ik vond daar vlot werk en een nieuwe relatie. Ik was en ben nog steeds werkzaam in de horeca, dit meer bepaald in frituur Number One in de hoogstraat te Antwerpen. Voor wat de nieuwe relatie betreft leerde ik de genaamde Da Costa Lopes Maria Da Conceiçao kennen. die relatie , die ook van seksuele aard was duurde van kerstavond 2004 tot begin september 2005. Wanneer u er mij op wijst dat er in uw dossier elementen voorkomen die erop wijzen dat deze relatie reeds enkele maanden eerder gedaan was deel ik u mee dat uit het dossier van de heer Bogaerts naar voor komt dat Da Costa Lopes drie datums opgaf waarop deze relatie afgelopen zou geweest zijn. Een eerste keer was de relatie zogezegd afgelopen in september 2005, dit kwam naar voor uit het proces-verbaal nummer AN.45.LB.135263/2005 van 27 december 2005 , ter gelegenheid van een minnelijke schikking die zij had ingespannen, bevestigd ze opnieuw de datum van september 2005, de derde keer op 18 april 2006 zoals vervat in AN.53.LB.043823/2006 stelde ze dat onze relatie ten einde was in mei 2005. Ze gaf zelfs nog een vierde datum op, dit ter gelegenheid van het onderzoek zoals gevoerd door het jeugdparket te Turnhout inzake haar eventuele zwangerschap zoals vervat in TU.L7.405930/2006 dd. 10 augustus 2006 was onze relatie volgens haar afgelopen op datum van maart 2005. Op uw vraag wat de reden in haren hoofde is om telkens een andere datum naar voor te schuiven is naar mijn mening dat ik veel te veel wist over criminele activiteiten in het milieu waarin ze vertoefde.
Ik kan u dus ook meedelen dat Maria Da Costa Lopes me meedeelde begin december 2005 van als gevolg aan onze relatie zwanger te zijn. Niettegenstaande dit weigerde ze toch om op mijn verzoek een bewijs daarvan voor te leggen. In dit verband is het ook relevant te stellen dat de beste vriendin van Maria, namelijk een zekere Madeline, zijnde de uitbaatster van de bar Chardon gelegen te Grobbendonk en waar Maria werkzaam was een onvervulde kinderwens had en dat het te vrezen viel dat Maria ons kind aan haar zou verkopen. Als gevolg daaraan ontstond een ganse problematiek die erin resulteerde dat ik op 19 april 2006 werd gearresteerd door de politie van Antwerpen en waarbij ik 's anderdaags werd voorgeleid voor de onderzoeksrechter Bogaerts.
Hierbij is het ook belangrijk dat u weet dat Da Costa Lopes een goede vriendin is van een politieman te Antwerpen, dit betreft de genaamde Menheer Luc.Ze zijn reeds meer als tien jaar bevriend. Het is vanuit die vriendschap dat die men zich volgens mij niet neutraal opstelde in de problematiek tussen mij en Da Costa Lopes Maria. Ik heb Luc Menheer voor het eerst gezien omstreeks januari/februari 2005. U dient dit te zien als het hem toevallig ontmoeten op straat waarbij Maria Da Costa Lopes Me meedeelde dat dit haar vriend Luc Menheer was. Op 30 december 2005 toen ik me op vraag van een inspecteur Faes genaamd vrijwillig naar de Handelstraat begaf, dit in het kader van de afhandeling van een door mij nopens haar ingediende klacht en dit binnen de tussen ons hangende problematiek zag ik dat de heer Menheer aldaar aanwezig was. De uitnodiging daartoe aan mijn adres dient u te situeren in de problematiek tussen mij en Da Costa Lopes Maria. Ik heb toen echter gezien dat de meneer Menheer zich niet objectief onpartijdig opstelde. Volgens mij moest die man trouwens die dag helemaal niet in het commissariaat zijn, ik besluit dit uit het gegeven dat ik kon zien dat hij na het verhoor onmiddellijk opnieuw zijn burgerkledij aanhad terwijl hij tijdens het verhoor in uniform was. Op uw vraag hoe ik daaruit kan besluiten dat hij niet met dienst was deel ik u mee dat hij geen nachtdiensten doet. Immers wijkagenten doen de vroege , de late of de dag.
Ze en daarmee bedoel ik Luc Menheer en mijn vriendin Maria kwamen lachend samen uit een wachtruimte gewandeld; het ging er vriendschappelijk aan toe. op uw vraag deze vriendschappelijkheid wat meer te verduidelijken kan ik verhalen dat ik toen reeds neer zat en dat zij naast mij is komen zitten terwijl de heer Menheer bleef staan tegen een kast en dit terwijl ik dacht dat het verhoor door de heer Faes zou afgenomen worden. Gezien ze binnengekomen was met Luc Menheer in het lokaal waar mijn verhoor zou afgenomen worden samen met Menheer doch op het ogenblik van mijn aankomst ik Luc Menheer alleen had zien staan een sigaret roken achter de balie ter hoogte van de uitgang naar de binnenplaats vermoed ik dat er sprake was van collusie. Het was op 30 december 2005 de eerste keer dat ik Luc Menheer in profiel zag. Het is wel zo dat ik Luc Menheer daarvoor wel al had gezien, dit was wanneer Maria en ik hem per toeval opmerkten in het straatbeeld waarbij ze mij toen in het voorbijgaan zei : kijk dat is mijn vriend Luc Menheer. Er was toen echter helemaal geen contact tussen mij en hem.
Wanneer u me vraagt of ik er weet van heb of inspecteur Menheer ook betrokken was bij de afhandeling van het dossier waarvoor Da Costa Lopes Maria en ikzelf aanwezig waren dien ik u mee te delen dat ik daaromtrent niet over concrete gegevens beschik doch dit enkel kan vermoeden. Dit brengt me dan bij de eerste van de vier gronden waarvoor door mij op datum van 4 oktober 2006 een klacht met burgerlijke partijstelling werd gedaan namelijk de schennis van het beroepsgeheim door Luc Menheer.

Vraag: Wat kan u ons concreet meedelen inzake de eventuele schennis beroepsgeheim in hoofde van inspecteur Menheer Luc?:
"Zoals gezegd zijn hij en Da Costa Lopes Maria reeds jarenlang bevriend. Er waren dan ook regelmatig telefonisch contact tussen beide en dit zin dat ze regelmatig naar elkaar belden, ze belden elkaar in feite constant. Haar toenmalig GSM-nummer betrof 0476/.. .. .. . Het toenmalig GSM-nummer van de heer Menheer is me niet gekend.
Ergens omstreeks einde 2004 tot ergens in maart 2005 was Da Costa Lopes Maria naast haar werk in de Chardon te Grobbendonk ook korte tijd, ik vermoed werkzaam in een café hier te Antwerpen, meerbepaald in de Habbana gelegen in de gemeentestraat. Ik weet niet of dit al dan niet een tewerkstelling met een officieel karakter was. Ik kan u die zaak omschrijven als een gewoon Cubaans-Braziliaans danscafé eigendom van een goede vriendin van Maria; Aurora genaamd.
Het is zo dat Luc Menheer haar aldaar op haar vraag regelmatig kwam opzoeken. Tijdens mijn relatie met haar sprak Da Costa Lopes Maria frequent over inspecteur Luc Menheer. Dit toch zeker wel wekelijks in die periode. Ik vernam van Maria dat de heer Menheer haar zou meegedeeld hebben dat hij aldaar aanwezig was gezien hij informatie wou bekomen inzake eventuele drugshandel. Ik geloof daar geen snars van gezien hij daar als privé-persoon aanwezig was.
Ik heb geen weet als zou er ooit een seksuele relatie geweest zijn tussen Menheer en Da Costa Lopes. Ik opperde deze mogelijkheid reeds in een schrijven dd. 15 of 16 mei 2006 aan de heer onderzoeksrechter Bogaerts, schrijven dat via de heer Rijmenants Ronald aan zijn ambt werd overgemaakt.
Ik weet dat de heer Menheer laatste zijn beroepsgeheim schond en dit gezien een welbepaald telefoontje dat Da Costa Lopes Maria van hem ontving. Toen de herberg Habbana pas zeer recent was geopend. Ik heb Maria leren kennen op kerstavond 2004 en toen was die café pas één week open. Toen de herberg dus pas open was, beantwoorde ik op een bepaald ogenblik een oproep die op haar toestel binnenkwam. Ik kreeg een mij onbekende mannenstem aan de lijn en gaf Da Costa Lopes Maria door. Dit gezien die man naar haar vroeg. Na de oproep deelde ze mee dat het haar vriend Menheer van de politie was en dat ze van hem informatie had gekregen omtrent een razzia die zou plaatsvinden de dag nadien in de Habbana. Ik weet dus met zekerheid dat ze voorafgaand werd ingelicht van die politieactie door een man van wie ze me zelf meedeelde dat het Luc Menheer was. Onmiddellijk daarop belde Da Costa Lopes Maria naar de uitbaatster van de Habbana, de genaamde Aurora om haar in te lichten van hetgeen op til stond. Trouwens Maria Da Costa Lopes sprak steeds over Luc Menheer in termen van haar vriend van de politie.

Vraag: Welk betrof het toenmalig oproepnummer van het GSM-toestel van Da Costa Lopes Maria?:
"Zoals ik u meedeelde 0476/.. .. .. .

Vraag: Wil specificeren op welke datum en uur u op de oproep op het telefoontoestel van Da Costa Lopes Maria Beantwoorde?:
"De juiste datum ken ik niet doch u kan dit nagaan en dit gezien er in het voorjaar van 2005, maar één razzia plaatsgreep aldaar. Deze razzia greep plaats in een zestal café waaronder de Habbana en bijvoorbeeld ook café Jozef, allen gelegen in de Gemeentestraat. De dag voor de razzia was de dag waarop de telefonische oproep van Menheer werd ontvangen. Het was op een vrijdagavond en de razzia was op zaterdagavond. Ik herinner me nog dat de oproep te situeren valt tussen 16.00 en 18.00 uur.

Vraag: Wil specificeren wat de inhoud van het tussen u en de oproeper gevoerde gesprek was?:
"De mij onbekende man zei enkel, hallo is Maria daar waarop ik haar onmiddellijk doorgaf.

Vraag: Hoelang duurde het gesprek tussen Da Costa Lopes Maria en de oproeper?:
"Ik weet dit niet gezien ik na het doorgeven van het GSM-toestel ben gaan douchen. Toen ik na vijf minuten uit mijn douche kwam was haar gesprek afgelopen.

Vraag: Waar bevond u zich terwijl dit gesprek gaande was en was u getuige van hetgeen door Maria Da Costa Lopes daarbij werd gezegd - zo ja wil dit zo gedetailleerd mogelijk weergeven?:
"Gezien ik aan het douchen was heb ik helemaal niks van dit gesprek ontvangen.

Vraag: Wil zo gedetailleerd mogelijk weergeven wat u naderhand vernam van Da Costa Lopes Maria omtrent de inhoud van het door haar gevoerde telefoongesprek?:
"Ze deelde me spontaan mee dat ze me iets moest zeggen. Ik vernam dat Luc Menheer haar had gebeld en dat er een razzia zou komen en dat ze daar moest wegblijven. Ik heb niet vernomen dat er ook een razzia zou komen in de andere café's. Meer informatie kan ik u in dat verband niet aanreiken.

Vraag: Gebeurde de oproep van Da Costa Lopes Maria aan de uitbaatster van de herberg Habbana eveneens vanaf het GSM-toestel van Da Costa Lopes Maria en wat kan u ons meedelen omtrent het door Da Costa Lopes Maria daarbij gevormde oproepnummer?:
"De oproep gebeurde vanaf het nummer van Da Costa Lopes Maria en dit nog geen vijftien minuten na de oproep van Luc Menheer. Het oproepnummer van de uitbaatster van herberg de Habbana heb ik thuis, ik zal u dit laten geworden via een mailbericht. Ze had onmiddellijk Aurora aan de lijn. Het kon ook voorvallen dat Maria naar de zoon van Aurora zou bellen doch dit was enkel wanneer ze Aurora zelf niet onmiddellijk aan de lijn kreeg.

Gepost door: stefaan | 30-07-09

Verhoor Saey Stefaan VAST COMITÉ VAN TOEZICHT OP DE POLITIEDIENSTEN
DIENST ENQUÊTE
WETSTRAAT, 52 , 1040 BRUSSEL

P.V. nr: 78537/2006
--------------------------------------------------------------------------------------

In gevolg kantschrift dd. 17 oktober 2006 vanwege de heer onderzoeksrechter F. CAMBERLAIN
Dossiernummer 202/06

ONDERWERP : Verder onderzoek

INZAKE : Burgerlijke partijstelling valsheid in geschrifte- schennis beroepsgeheim

BETROKKEN PERSONEN : -DA COSTA LOPES Maria Da Conceiçâo
-MENHEER Luc - politieambtenaar
-BAELEMANS EDDY - politieambtenaar

KLAGER : SAEY Stefaan

------------------------------------------------------------------------------------------

Onze ref. : 31699/2006

Toegezonden aan het ambt van de heer onderzoeksrechter te ANTWERPEN

Brussel , 17/11/2006
Het hoofd van de dienst Enquêtes P.
HENRI BERKMOES

PRO JUSTITIA

Op vrijdag 10 november tweeduizend en zes , om 14.00 uur,

Wij , DE LOOF Filip , als commissaris-auditor verbonden aan de dienst Enquêtes P. , officier van gerechterlijke politie , hulpofficier van de heer Procureur des Konings,

Brengen naar aanleiding van het kantschrift nader in de rand vermeld , het volgende ter kennis:
--------------------------------------------------------------------------------------------------

VOORWERP VAN HET ONDERZOEK

De heer Saey Stefaan legt op datum van 4 oktober 2006 via zijn raadsman klacht neer met burgerlijke partijstelling en dit bij het ambt van de Heer CAUWENBERGHE , onderzoeksrechter bij de rechtbank van eerste aanleg van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen dit tegen de personen in de rand vermeld en dit wegens valsheid in geschriften-schennis beroepsgeheim.
Meer bepaald zou de heer BAELEMANS een schrijven houdende valse verklaringen hebben overgemaakt aan klager.
Zou de heer MENHEER politionele informatie ter kennis gebracht hebben aan mevrouw DA COSTA LOPES. Verderzouden niet nader genoemde politieambtenaren tot twee maal toe een SMS-bericht verstuurd hebben via het GSM-toestel van klager en dit op een ogenblik dat hij daar niet kon over beschikken en dit gezien hij toen van zijn vrijheid was beroofd. De inhoud van het bericht wordt door de klager als schennis van beroepsgeheim aanzien. Uit de burgerlijke partijstelling komt ten slotte naar voor dat er aan de klachten die door de heer Saey werden ingediend geen of geen passend gevolg werd voorbehouden.
--------------------------------------------------------------------------------------------------

overzicht van de uitgevoerde onderzoeksverrichtingen

Contact met het ambt van de heer onderzoeksrechter camberlain:
Hadden op maandag 30 oktober 2006 om 10.10 uur telefonisch contact met de heer onderzoeksrechter Camberlain. Kregen daarbij de opdracht:
***In eerste tijd over te gaan tot klachtbevestiging in hoofde van de heer Saey Stefaan.
***In een tweede tijd het ambt van de heer onderzoeksrechter inlichten van de daarbij ingewonnen inlichtingen teneinde een verdere oriëntatie van het dossier toe te laten.

Verhoor/klachtbevestiging door de heer Saey Stefaan.
Namen op maandag 30 oktober 2006 telefonisch contact met klager teneinde een afspraak te maken met het oog op zijn verhoor. Brengen ter kennis dat van zodra we klager kennis hadden gegeven van onze opdracht hij ons meedeeldedat: 'onderzoeksrechter Camberlain te laat was en dat hij hem nochtans genoeg had gewaarschuwd. Alles was reeds doorgegeven aan de pers en daarbij was er sprake van 'zware namen'. Verder stelde de heer Saey dat het niet mogelijk was dat wij tot de dienst enquêtes van het Vast Comité van Toezicht op de Politiediensten behoorden gezien het Comité P. zijn dossier immers had geklasseerd. Gaven hem de nodige duiding.
Zijn op woensdag 8 november 2006 samen met onze collega Christ Bruyneel overgegaan tot het verhoor van klager Saey Stefaan.
Bij aanvang van het verhoor deelde de heer Saey mee dat hij contact had opgenomen met onze diensten om verdere inlichtingen te bekomen omtrent ons mandaat en onze bevoegdheden. Bij navraag bij de administratie van onze diensten bleek dat de heer Saey inderdaad contact had opgenomen in dat verband op dinsdag 7 november 2006.
Na afloop van zijn verhoor deelde de heer Saey ons nog mee dat de hoofdbetrachting van zijn klacht met burgerlijke partijstelling was om te weten te komen of Da Costa Lopes Maria al dan niet zwanger was geweest van hem en wat er in voorkomend geval met het kind gebeurde. (gegeven dat trouwens ook is opgenomen op pagina 11 van zijn verhoor). Hebben hem hierop meegedeeld dat zijn klacht met burgerlijke partijstelling niet onmiddelijk het geëigende kanaal daartoe is.
Dit verhoor maakt het onderwerp uit van ons proces-verbaal met nummer 2006/92990 dd. 8 november 2006.

Afzonderlijk proces-verbaal houdende overzicht reeds gestelde ambtsverrichtingen:
Gelet op de door de heer Saey geuite klacht als zou aan zijn klachten geen gevolg zijn gegeven werd door ons een afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt houdende een overzicht van de reeds eerder uitgevoerde ambtsverrichtingen.
Zie proces-verbaal 200692988 dd. 10 november 2006 van de dienst Enquêtes van het Vast Comité van Toazicht op de Politiediensten.


Inlichtingen
Ontvingen op vrijdag 10 november 2006 een faxbericht vanwege de heer Saey. Dit inzake de overmaking van GSM-nummers en een aanvulling aan het verhoor zoals vervat in proces-verbaal 200692990 dd. 8 november 2006. Voegen de ontvangen fax in bijlage 1 aan huidig proces-verbaal.
Ontvingen op vrijdag 10 november 2006 een faxbericht inzake het overnemen van een huurcontract van de genaamde Henry Gonzales Guerra door de genaamde Elvis Martines Brana , dit bericht bestaat hoofdzakelijk uit kopies van uittreksels van een zichtrekening. Voegen de ontvangen fax in bijlage 2 aan huidig proces-verbaal.
Het dossier wordt in zijn actuele toestand overgemaakt en we richten ons naar het appreciatierecht van de heer onderzoeksrechter om te oordelen over de opportuniteit verder onderzoek te voeren in deze zaak.

Hierbijgevoegd
Bijlage 1: Faxbericht ontvangen vanwege de heer Saey Stefaan houdende GSM-nummers en aanvulling bij verhoor.
Bijlage 2: Faxbericht ontvangen vanwege de heer Saey houdende informatie met betrekking tot de overname van een huurcontract.
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Proces-verbaal afgesloten op 10 november 2006

Waarvan akte,
handtekening.

______________________________________________________________________________________________________

Onze ref.: 31699/06

Toegezonden aan het ambt van de heer onderzoeksrechter te Antwerpen

Brussel 17/11/2006
Het hoofd van de Dienst Enquêtes P.
Henri Berkmoes handtekening

Op woensdag 8 november tweeduizend en zes , om 14.10 uur,
Wij , DE LOOF Filip en BRUYNEEL Christ

Beiden lid van de dienst Enquêtes P. , officier van gerechtelijke politie , hulpofficier van de heer Procureur des Konings,

gaan over tot het verhoor van :

Naam :Saey
Voornaam :Stefaan
Geboortedatum :Dendermonde op 08 juli 1979
Nationaliteit :Belg
Belgische identiteitskaart : 79 07 08 003 10
Ingeschreven te : 2060 Antwerpen

die zich wenst uit te drukken in het Nederlands.

Hij verklaart ons:
"Ik kies voor de Nederlandse taal , zowel in mijn verhoor als in de rechtspleging.
Mijn verhoor vangt aan om 14.15 uur.

Ik neem kennis van het feit dat:
Ik kan vragen dat alle vragen die mij worden gesteld en alle antwoorden die ik zal geven genoteerd worden in de gebruikte bewoordingen.
op mijn verzoek een bepaalde opsporingshandeling kan worden verricht of een bepaald verhoor kan worden afgenomen.
mijn verklaringen als bewijs in rechte kunnen gebruikt worden
ik gebruik mag maken van documenten in mijn bezit en kan vragen dat deze worden gevoegd aan mijn proces-verbaal van verhoor of neergelegd ter griffie.

Ik neem kennis van uw hoedanigheid , en van uw opdracht tot mijn verhoor uitgaande van de heer onderzoeksrechter Camberlain te Antwerpen.
Ik neem kennis van dat huidig verhoor plaatsgrijpt binnen het bestek van een klacht met burgerlijke partijstelling zoals door mijn raadsman Stephan Wagner neergelegd in mijn naam en dit op datum van 04 oktober 2006. Ik was daar trouwens bij aanwezig. Ik bevestig deze klacht met burgerlijke partijstelling heden nog volkomen.

Gepost door: stefaan | 30-07-09

mail Comite P.





samenspanning van ambtenaren‏
Van: stefaan saey (gilles940@live.nl)
Verzonden: zaterdag 20 juni 2009 12:55:38
Aan: info@comitep.be

Geachte,

Mijn naam is Saey Stefaan uit Antwerpen.
Dit schrijven dient voor een paar punten aan te halen alsook voor een bevestiging van strafklacht.


Eerst en vooral verwijs ik naar het proces-verbaal met nummer 78537/2006 dd. 10 november 2006 uitgaande van de dienst Enquêtes Comité P.
In het stuk 'INLICHTINGEN' staat daar op het derde punt het volgende geschreven:
"Het dossier wordt in zijn actuele toestand overgemaakt en we richten ons naar het appreciatierecht van de Heer Onderzoeksrechter om te oordelen over de opportuniteit verder onderzoek te voeren in deze zaak."
Mag ik jullie , gelet op de saisine van de onderzoeksrechter , erop wijzen dat dit alleen al een dagvaarding verdient naar jullie toe.
Maar jullie krijgen van mij de kans om de dagvaarding te ontlopen en me daar eerst eens uitleg over te geven, dit binnen de 10 werkdagen op mijn contactadres onderaan deze brief vermeld.

Het tweede punt is dat ik het P.V. nr. : AN.34.LB.074013/2009-GF dd. 09/06/2009 , wil bevestigen als strafklacht bij het comité P.
Deze gaat over een strafklacht , van mijns persoon , tegen hoofdinspecteur van Interne Zaken Antwerpen Ronald Rijmenants inzake misbruik van gezag , valsheid in politionele stukken , geslachtsbetrekking tijdens uitoefening van zijn dienst en het creëren van een valse identiteit of een andere burgerlijke stand van de persoon met wie hij de geslachtsbetrekkingen heeft onderhouden , Maria Da Costa Lopes.
U vindt deze informatie op de site die ik openbaar heb gemaakt : http://klachten-over-justitie.skynetblogs.be/

De bevestiging van het ontvangst van deze brief zal ik graag op mijn contactadres ontvangen alsook zal ik en copy van deze brief per fax naar de heer Bart van Lijsebeth sturen , wat deze dan ook direct rechtsgeldig maakt.


Saey Stefaan

Contactadres:
t.a.v. Saey Stefaan
Steenhouwersvest 14
2000 Antwerpen.

Gepost door: Stefaan | 05-08-09

De bevestiging kwam maar niet dus heb ik eens gebeld naar comite P.
Daar wisten ze me te zeggen dat... de heer Baelemans nog niet geantwoord heeft over het stukje Interne zaken.
Over dat andere stuk van de 'inlichtingen' was er een brief gestuurd naar de heer Van Daele, parket Antwerpen.

Ik heb niet verteld aan die dame aan de telefoon dat ik zeer benieuwd ben naar het antwoord van beide heren , terwijl de korpschef betrokken partij is in deze zaak.

De bevestiging van ontvangst van mijn mail gingen ze uiteraard direct opsturen.

Gepost door: Stefaan | 05-08-09

1 week daarna , nog altijd geen antwoord of bevestiging van mijn mail.
Dus wat hebben we dan gedaan...even gebeld natuurlijk.

De dame aan de telefoon heeft een half uurtje gezocht naar die mail , maar ze vond niets terug van iets of wat.

Na dat telefoontje heb ik terug een mail gestuurd, maar deze keer heel duidelijk gericht naar een bepaald persoon daar bij 'controle diensten van de politie'.

Gepost door: Stefaan | 05-08-09

mail comite P.

FW: samenspanning van ambtenaren‏
Van: stefaan saey (gilles940@live.nl)
Verzonden: donderdag 9 juli 2009 15:48:10
Aan: info@comitep.be

t.a.v. de heer Bart van Lijsebeth!!!

Geachte heer , Bart van Lijsebeth,

Mijn naam is Saey Stefaan.

Graag zou ik er u op willen wijzen dat , indien er mij niet onmiddelijk een stand van zaken word doorgegeven i.v.m. de onderstaande klacht , ik u droogweg en rechtstreeks zal dagvaarden en deze voor de strafrechter.

Het adres waar dat alles zal moeten op gebeuren staat heel duidelijk onderaan in de klacht die ik gedaan heb op 20/06/2009 (zie brief onderaan deze mail)

Ook stel ik me de vraag waarom het zo lang duurt om mij te antwoorden op iets wat het comité P. zelf geschreven heeft. Of moet je nu toch toegeven dat het Comité P. meegewerkt heeft aan die doofpotopperatie???


In afwachting van uw antwoord ,
Saey Stefaan.


--------------------------------------------------------------------------------
From: gilles940@live.nl
To: info@comitep.be
Subject: samenspanning van ambtenaren
Date: Sat, 20 Jun 2009 12:55:37 +0200

Geachte,

Mijn naam is Saey Stefaan uit Antwerpen.
Dit schrijven dient voor een paar punten aan te halen alsook voor een bevestiging van strafklacht.


Eerst en vooral verwijs ik naar het proces-verbaal met nummer 78537/2006 dd. 10 november 2006 uitgaande van de dienst Enquêtes Comité P.
In het stuk 'INLICHTINGEN' staat daar op het derde punt het volgende geschreven:
"Het dossier wordt in zijn actuele toestand overgemaakt en we richten ons naar het appreciatierecht van de Heer Onderzoeksrechter om te oordelen over de opportuniteit verder onderzoek te voeren in deze zaak."
Mag ik jullie , gelet op de saisine van de onderzoeksrechter , erop wijzen dat dit alleen al een dagvaarding verdient naar jullie toe.
Maar jullie krijgen van mij de kans om de dagvaarding te ontlopen en me daar eerst eens uitleg over te geven, dit binnen de 10 werkdagen op mijn contactadres onderaan deze brief vermeld.

Het tweede punt is dat ik het P.V. nr. : AN.34.LB.074013/2009-GF dd. 09/06/2009 , wil bevestigen als strafklacht bij het comité P.
Deze gaat over een strafklacht , van mijns persoon , tegen hoofdinspecteur van Interne Zaken Antwerpen Ronald Rijmenants inzake misbruik van gezag , valsheid in politionele stukken , geslachtsbetrekking tijdens uitoefening van zijn dienst en het creëren van een valse identiteit of een andere burgerlijke stand van de persoon met wie hij de geslachtsbetrekkingen heeft onderhouden , Maria Da Costa Lopes.
U vindt deze informatie op de site die ik openbaar heb gemaakt : http://klachten-over-justitie.skynetblogs.be/

De bevestiging van het ontvangst van deze brief zal ik graag op mijn contactadres ontvangen alsook zal ik en copy van deze brief per fax naar de heer Bart van Lijsebeth sturen , wat deze dan ook direct rechtsgeldig maakt.


Saey Stefaan

Contactadres:
t.a.v. Saey Stefaan
Steenhouwersvest 14
2000 Antwerpen.

Gepost door: Stefaan | 05-08-09

1 week daarna, nog niets.
Dus weer eens gebeld naar die diensten.

Deze keer ,als ik mijn naam had uitgesproken om mij kenbaar te maken, verbonden ze me automatisch door naar de directeur-generaal dienst Enquete... de heer Berkmoes.
Wat kan de wereld toch klein zijn.

Deze wist me te zeggen dat ze al een paar dagen geleden een antwoord hadden opgestuurd.
Ik leg een beetje uit dat ik weet dat de post soms traag werkt, maar zo traag ( 5 werkdagen) om een brief te versturen nu ook weer niet.

Hij begreep mijn standpunt en zei dat hij het dezelfde dag nog eens zou versturen.


Een paar dagen later kreeg ik uiteindelijk een mailbericht van de heer Berkmoes.

Gepost door: Stefaan | 05-08-09

Briefwisselling‏
Van: Henri Berkmoes (henri.berkmoes@comitep.be)
Deze afzender ken je mogelijk niet.Markeren als veilig|Als ongewenst markeren
Verzonden: vrijdag 24 juli 2009 9:53:55
Aan: gilles940@live.nl
1 bijlage
S. Saey.pdf (30,0 kB)


Geachte Heer Saey

Tijdens het telefoongesprek van maandag 20 juni 2009 antwoordde u negatief op mijn vraag of u mijn schrijven had ontvangen. Ik heb dan woensdag die brief opnieuw verstuurd. Vandaag echter is de eerste brief, nochtans verstuurd naar het adres dat u in uw mail van 20 juni 2009 vermeldde, teruggekeerd met de vermelding 'ontvangt de briefwisseling niet (meer) op het aangeduide adres' en 'terug naar afzender' (niet gekend op adres).
Aangezien ik vermoed dat de tweede brief ook zal teruggestuurd worden, stuur ik als 'attach' de brief.

Hoogachtend,

Henri Berkmoes
Directeur-generaal

Gepost door: Stefaan | 05-08-09

brief mogelijk niet zichtbaar het antwoord van het comité P. was een beveiligde mail dus mogelijk is deze nog niet zichtbaar; Indien nodig typ ik hem gewoon uit binnen enkele dagen. Maar hier alvast mijn reactie op die mail van de heer Berkmoes.

Gepost door: Stefaan | 07-08-09

RE: Briefwisselling‏
Van: stefaan saey (gilles940@live.nl)
Verzonden: vrijdag 24 juli 2009 10:31:20
Aan: henri.berkmoes@comitep.be

Geachte heer Berkmoes,

Wat strafrecht betekent weet ik zelf ook wel en heb hier geen uitleg of juridisch advies nodig van uw persoon.

Ook moet ik tot de bevinding bekomen dat u vindt dat het comité P. alleen maar daar is voor de 'schone schijn'.

Ook antwoord u me niet of geeft u me geen uitleg over het stukje in de 'inlichtingen', het stukje waarbij het Comité P. aanstuurt op corruptie. En gezien het verdere verloop van het dossier 202/06 is deze dan ook bevestigd.
Aangezien, heer Berkmoes, daar bovenaan uw naam en handtekening staat, bent u persoonlijk binnenkort in gebreken gesteld.

Tot slot deze: in de algemene klap bij de mensen die niet bij enig politiedienst werken, hoor je wel meer dat het Comité P. er alleen maar is om de doofpotten te handhaven.
Voor de mensen die je probeert te beschermen, maar met mij lukt deze niet natuurlijk, ben je misschien een held om uw volledige carriere daardoor op het spel te zetten.
Mijn conclusie die ik neem : Comité P. is gewoon een verkwisting van belastingsgeld en daardoor geen reden van voortbestaan.

Meneer Berkmoes , onze correspondentie komt op het net , met mijn commentaar erbij genoteerd, en u , meneer Berkmoes , samen met meneer van Lysebeth zijn gedagvaard.


Ondergetekende,
Saey Stefaan.

Gepost door: Stefaan | 07-08-09

briefwisseling‏
Van: stefaan saey (gilles940@live.nl)
Verzonden: vrijdag 24 juli 2009 11:13:47
Aan: henri.berkmoes@comitep.be

Geachte heer Berkmoes,

Wat 'de hoge raad voor justitie' lukt , is blijkbaar onmogelijk voor het Comité P.
Het adres is juist hetzelfde, maar bij deze toch mijn dank om het via de andere weg te sturen, wat ik eigenlijk het liefst heb, het mail-adres.

Ondergetekende,
Saey Stefaan.

Gepost door: Stefaan | 07-08-09

antwoord comité P. Brussel, 14 juli 2009

Aan de heer SAEY S.
Steenhouwersvest 14

2000 Antwerpen


Onderwerp: uw mails van 20 juni 2009 en 10 juli 2009
Onze ref.: 108657/2009-95810/2009

Geachte heer,

Strafonderzoeken worden door politiediensten of officieren van gerechtelijke politie uitgevoerd onder de leiding en het gezag van de gerechtelijke overheden. Het behoort dus geenszins mijn dienst of medewerkers toe onderzoeksverrichtingen te stellen zonder daartoe de opdracht te hebben verkregen.

Wat het proces-verbaal nr. AN.34.LB.074013/2009-GF van 09/06/2009 betreft dient u de daarin vervatte klacht niet "te bevestigen als strafklacht" bij het comité P.

Dit levert immers geen enkele meerwaarde op: het parket heeft ongetwijfeld dit proces-verbaal ontvangen en zal die opdrachten uitschrijven die het nodig acht.

Het heeft dus geen zin dezelfde klacht twee maal op te stellen.

De communicatie omtrent wat er verder met die klacht gebeurt, behoort tot de bevoegdheid van het behandelde openbaar ministerie. Het heeft dus evenmin zin om in deze de voorzitter van het Vast Comité P. aan te schrijven.

Hoogachtend,

handtekening

Henri Berkmoes
Directeur-generaal

Gepost door: Stefaan | 07-08-09

De commentaren zijn gesloten.